Op de poes passen in Parijs

Geplaatst op juni 6, 2013

Cara Barer

Zes hoog boven de Boulevard d’Exelmans. Daar woont Gus, afkorting van Gustaf. Hij is een negen maanden jonge, gekke rode kater. Gus is deze herfstvakantie een paar dagen alleen. Zijn baas is naar Londen en wij zijn in Parijs om hem eten te geven. En om met hem te spelen. Vol energie rent Gus achter een propje, een gum, een tube lijm, een pepernoot aan. We liggen dubbel als hij weer uitglijdt over het gladde parket. Een half uur na aankomst zit mijn neus potdicht, kriebelt het zo dat ik blijf niezen en huilen en voel ik me beslist niet happy. Woonde Gus in Lutjebroek dan was ik nooit op hem gaan passen. Ik weet best dat ik allergisch ben voor katten. Maar Gus woont in Parijs! Die magisch mooie en peperdure stad. We zullen niet veel bij Gus thuis blijven.
Maar met kinderen kun je niet twintig uur per dag door een stad sjouwen. Terwijl zij met Gus spelen breng ik daarom mijn tijd door op het balkon. Ik kijk graag naar de overkant, naar de rij voor de Boulangerie. Zo’n vier, vijf mensen staan er continue. Ik probeer te raden wie van de wandelaars gaat aansluiten voor een stokbrood. Een ander zou wellicht kijken naar de vele auto’s, ik zie alleen mensen. Als ik zo de tijd kan nemen, vraag ik me af, wat ze gaan doen en hoe ze leven.
Na zo’n tijdje spioneren begrijp ik beter waarom het appartement van onze vriend vijf sloten op de deur heeft. Waarom hij ons op het hart drukte om ook vooral de deur op slot te draaien als we thuis zijn. Ik begrijp dat want ik zie aan de overkant vier jongens aan het werk. Ze zijn druk bezig met niet opvallen. Drie hangen er op een bankje. De vierde blijkt startklaar te staan. Hij sprint een deur door, waar net een bewoner uit komt zetten. Ze passeren elkaar, maar de man heeft de jongen niet in beeld. Zo snel kan het gaan. Ik kijk verwonderd naar de onopvallende reactie van de maten, ze hebben het gezien en scannen de omgeving maar doen verder niets.
De buitendeur geeft toegang tot de centrale hal. Normaal kun je die deur alleen door met een code. In de hal komen enkele deuren uit. Van het trappenhuis, van de lift, van de benedenwoning en van de ruimte met de afvalbakken. Ook hangen er brievenbussen in de hal en het is me nog een raadsel hoe de postbode zijn brieven kan afleveren.
Twee jongens blijven zitten, de derde loopt een deur verder en probeert daar allerlei codes uit. Ik kan het niet goed zien, maar wat staat hij daar anders tegen de muur te doen? De minuten gaan voorbij. Parijzenaars lopen langs zonder oog voor hun omgeving. Ik sta verwachtingsvol te kijken, waar blijft die ene gozer. Gus strijkt langs mijn benen, mijn aandacht krijgt hij niet. Eindelijk komt de jongen naar buiten, hij heeft iets van papier in zijn hand dat hij even verder op de straat mikt. Er komt iets uit waarmee hij direct door de deur van het appartementenblok ernaast kan. Hoe kan dit, welke truc wordt hier uitgevoerd? Is de jongen alleen naar binnen of zijn ze nu met twee? De anderen zijn opgestaan en dwalen van deur naar deur, verwarrend en verdacht gedrag. Helaas dwalen ze steeds meer uit mijn buurt. Mijn man komt solidair doen op het balkon en ik licht hem in waardoor ik niet heel goed meer kan opletten. Hij kijkt mee maar ziet niet veel. Wat klinkt mijn verhaal vreemd. Waar zijn de jongens? Zijn ze al naar buiten gekomen? Ik wijs twee jongens aan die met kleine pakketten en een rugzak onze kant op komen. Ik kijk door andere ogen, door de ogen van mijn man. Het lijken twee gewone wandelaars op weg naar de metro of hun werk. Zijn dit de boeven van daarnet? Ik kan het zelf niet geloven. Mijn man is niet onder de indruk, draait zich om en verdwijnt naar binnen. Ontgoocheld blijf ik achter, daar gaat mijn spannende verhaal.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie